woensdag 1 december 2010

//terugblik//poncke princen//vechten tegen je vaderland//


Was Poncke Princen een held of een landverrader? Om zijn principes te volgen moest hij Nederland verraden. Het blijkt vaak moeilijk de achtergronden van die keuze in een breder kader te plaatsen. Hiertoe werd een poging gedaan op woensdagavond 1 december 2010, ruim 85 jaar na de geboorte van deze omstreden persoon uit de Nederlandse geschiedenis.

Onder leiding van Don Akkermans werd nader ingezoomd op het thema ‘Vechten tegen je vaderland’ en het leven van Poncke Princen. Bijdragen waren er van: Bart Nijpels, maker van de documentaire 'Held of landverrader'. Arend Steenbergen, scenarioschrijver en regisseur van film in wording over Poncke Princen. Stef Scagliola, militair historica. Kees Princen, oud-Indiëganger en broer van Poncke Princen.

//CONTROVERSIEEL//
Dat de naam Poncke Princen nog altijd verschillende, maar vooral ook veel heftige reacties oproept bleek in aanloop naar deze avond. In e-mails en discussies die ontstonden op het internet werd fel gereageerd op dit controversiële thema. ‘Hier doe je alleen maar veel mensen pijn mee, die gast is al begraven en heeft niets bijgedragen aan de geschiedenisboeken.’

Poncke Princen verwierf zijn omstreden reputatie tijdens de periode van dekolonisatie van Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog beschouwden veel Indonesiërs een koloniaal Nederlands bestuur niet meer als vanzelfsprekend. De nationalisten riepen onder leiding van Soekarno de onafhankelijkheid uit.

De Nederlandse regering bracht een troepenmacht op de been om de ‘orde’ te herstellen. Dit leidde tot de politionele acties. Een van de vele dienstplichtigen militairen die naar Indonesië werd gestuurd was Poncke Princen. Hij kwam echter al snel in gewetensnood over de rechtvaardiging van de missie en besloot in 1948 te deserteren. Niet veel later sloot hij zich definitief aan bij de onafhankelijkheidstrijders. ‘Een overloper, een deserteur en een landverrader.’

//BRIEF//
Kees Princen, broer van, was zelf ook Indiëganger en diende als marinier. Hij behoorde zelfs tot de vrijwilligers die in de jaren na 1945 in de voorste linies vochten. “Ik was de held. Ik vocht om Indië te bevrijden”. Hij had aanvankelijk veel moeite met het derserteren van zijn broer. “Ik vond het onbegrijpelijk. Aan de legerleiding schreef ik een brief: zo is Poncke niet, hij moet gek geworden zijn.”

Aan het begin van de avond laat hij een fragment horen uit een brief die Poncke Princen schreef aan zijn familie in het najaar van 1949. Passages uit deze brief zorgden voor het eerste begrip voor de daden van zijn broer en voor het feit dat hij zijn eigen Indische jaren met gemengde gevoelens ziet. “We werden gestuurd om in Indië een smerige oorlog uit te vechten op basis van foute politieke besluiten, maar wij, soldaten, hadden onszelf ook best eens mogen afvragen wat we er eigenlijk nog deden.”

//HELD OF LANDVERRADER?//
De vertoning van de documentaire ‘Held of Landverrader’ diende als vertrekpunt voor de discussie die later die avond zou volgen. Bart Nijpels reconstrueerde voor KRO-programma ‘Profiel’ het leven van Jan ‘Poncke’ Princen’ en heeft hierin geprobeerd de gebeurtenissen van die tijd en de achtergronden waartegen de verschillende standpunten worden gevormd in een breder kader te plaatsen.

Hij filmde in Indonesië in de streek waar Princen als ‘witte guerrilla’ tegen de Nederlanders vocht en sprak met z’n oude strijdmakkers, tegenstanders, mensenrechtenactivisten en anderen die hem van nabij hebben meegemaakt. Na afloop van de documentaire ontstond tussen het publiek en de documentairemaker een korte discussie en was er gelegenheid tot het stellen van vragen.


//LAST VAN DE OORLOG//
Stef Scagliola, verbonden aan het Veteraneninstituut, ging vervolgens nadrukkelijker in op de chronologie van het conflict tussen Nederland en Indonesië. Dat conflict start met het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid in augustus 1945 en eindigde pas vier jaar later met de soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigide Staten van Indonesië in december 1949.

Daarnaast ging ze in op haar proefschrift ‘Last van de Oorlog’ dat aandacht besteed aan de verwerking van de dekolonisatieoorlog met Indonesië. Daarin is geprobeerd antwoord te geven op vragen als: Hoe kunnen betrokken zo van mening verschillen over een en dezelfde oorlog? Waarom mag je in het ene geval wel en het andere geval niet van oorlogsmisdaden spreken? Waarom zijn Indië-veteranen zo boos?


//FILMSCENARIO//
Cineast Arend Steenbergen, voor de gelegenheid overgekomen uit Berlijn, vertelde daarna over zijn bevlogen plannen voor de ontwikkeling van een filmscenario over het leven van Poncke Princen. “Princen’s leven en zijn keuzes raken de kern van het Nederlanderschap. Want wat is dat nou, Nederlander zijn? Afgezien van sinterklaas, schaatsen op een slootje en de leeuw niet in zijn hemdje laten staan?”

“Gaat dat over het volkslied, de vlag, het bloed en het grondgebied? Of heeft Nederlander zijn juist te maken met dieper liggende principes? Van vrijheid en recht. Vochten Nederlandse verzetsstrijders niet juist daarom tegen de Nazi’s? En Willem van Oranje en de geuzen tegen de Spanjaarden?”

Steenbegen vervolgt: “Poncke Princen was een man met delfde idealen. Omdat hij besloot te vechten moest hij Nederland verraden. Dat maakt zijn levensverhaal fascinerend. Juist in deze tijd waarin iedereen van alles roept over onze nationaliteit, moet Poncke Princen’s verhaal in een grote meeslepende film worden verteld...”.

//DISCUSSIE//
De discussie die tijdens de avond ontstond maakte vooral duidelijk dat de geschiedenis van Poncke Princen nog steeds vele uiteenlopende reacties teweeg brengt. Een oud-militair verkondigde standvastig: ‘Onder het bevel van de krijgsmacht proberen uit te komen is sowieso slecht. Poncke Princen was een ordinaire deserteur.’

Enkele toehoorders in de zaal waren genuanceerder. Volgens een drietal scholieren, aanwezig voor een schoolopdracht, was Princen een vrijheidsstrijder en overwinnaar. Kees Princen vindt het ook belangrijk dat er aandacht komt voor wat Nederland Indonesië heeft aangedaan. ‘Ik weet dat ik in een verkeerde oorlog gevochten heb. Jullie nog niet,’ aldus de veteraan.

Het blijkt dus nog steeds moeilijk de gebeurtenissen van die tijd en de achtergronden waartegen de verschillende standpunten worden gevormd in een breder kader te plaatsen. Vooral voor direct betrokkenen is dit misschien ook wel heel logisch. Wellicht dat de beoogde film van Arend Steenbergen en de Stichting Bijvoorbeeld Poncke Princen kan bijdragen aan een breder maatschappelijk debat.


//STICHTING BIJVOORBEELD PONCKE PRINCEN//
De avond werd georganiseerd in samenwerking met de Stichting Bijvoorbeeld Poncke Princen, dat de volgende doelstelling nastreeft: “…Het multimediaal publiceren van een filmscenario over het leven van Poncke Princen…”.. De stichting is opgericht om tenminste de productie van het scenario te realiseren en om daarna zoveel mensen en financiers te mobiliseren dat de film er ook daadwerkelijk komt.

De stichting zoekt mensen die geïntrigeerd zijn door het thema ‘vechten tegen je vaderland’ en in het bijzonder door het leven en de daden van Poncke Princen. Mensen die denken dat een speelfilm over zijn leven iets wezenlijks zal toevoegen aan de hedendaagse Nederlandse cultuur en het huidige politieke debat. Die geloven dat dit uiteindelijk tot een mooie, inspirerende film kan leiden.

Stichting Bijvoorbeeld Poncke Princen - Info

//MEER INFORMATIE//

Artikelen
Historisch Nieuwsblad - Info

Sprekers
Kees Princen - Info
Bart Nijpels - Info
Arend Steenbergen - Info
Stef Scagliola - Info

//poncke princen//vechten tegen je vaderland//

                   
Woensdag 1 december 2010 organiseert Kwestie in samenwerking met de Stichting Bijvoorbeeld Poncke Princen een thema-avond over Poncke Princen en het beladen onderwerp 'vechten tegen je vaderland'. Met bijdragen van: Bart Nijpels, maker van de documentaire 'Held of landverrader'. Arend Steenbergen, scenarioschrijver en reggiseur van film met inhoud in wording over Poncke Princen. Stef Scagliola, militair historica. Kees Princen, oud-Indiëganger en broer van Poncke Princen. Hans Couzy, oud-generaal van de Koninklijke Landmacht zal een bijdrage leveren aan de discussie.

//PROGRAMMA//
Woensdag 1 december 2010, 19.45 uur, Atelier de Werkvloer

19.45 uur Ontvangst
20.00 uur Documentaire: 'Poncke Princen: held of landverrader'
20.30 uur Toelichting op de documentaire
20.45 uur Column: 'Een kwestie van kiezen'
21.00 uur Pauze
21.10 uur Nederland en de politionele acties
21.30 uur Reacties van direct betrokkenen
21.40 uur Vragen en debat
22.00 uur Afsluiting

//DEELNEMEN//
De toegang bedraagt €5 p.p. Stuur om deel te nemen aan deze thema-avond een e-mail naar info@kwestie.net vóór 27 november a.s.

//LOCATIE//
//atelier de werkvloer//brigittenstraat 7, 3512 kj utrecht//

//VOORAF//
Poncke Princen is in Indonesië een verzetsheld, maar wordt in Nederland vaak beschouwd als landverrader. Zelfs nu, ruim acht jaar na zijn dood, blijft hij de omstreden figuur die overliep uit het Nederlandse leger om voor de onafhankelijkheid van de vijand te vechten. Om zijn principes te volgen moest hij Nederland verraden. Een keuze met grote persoonlijke gevolgen. Kwestie duikt in de geschiedenis van Poncke Princen. Vechten tegen je vaderland: wat zou jij doen?

In Nederland werd de deserteur direct in de ban gedaan, maar in Indonesië werd Princen op handen gedragen. Na de oorlog zet hij zich in zijn nieuwe vaderland in voor de mensenrechten. Hij kwam echter al snel in botsing met de nieuwe machthebbers, waardoor hij jarenlang in de gevangenis verbleef. Vooral in de regeringsperiode van Soeharto keerde hij zich fel tegen het regime, waar ernstige schendingen van de mensenrechten aan de orde van de dag waren.

In 1994 werd Princen op humanitaire gronden en op voorwaarde dat hij zich onopvallend zou gedragen, door minister Hans van Mierlo een visum voor Nederland verstrekt nadat dit hem eerder door de Nederlandse ambassadeur in Jakarta was geweigerd. Poncke Princen beschouwde het visum als een rehabilitatie. 'Nu is de weg gebaand naar een vorm van eerherstel', zegt hij in een interview met de Volkskrant.

donderdag 14 oktober 2010

//terugblik//magische magyaren//de gouden jaren van puskas en co//


Hoe konden de grootste internationale successen van het Hongaarse voetbal uitgerekend plaats vinden binnen een grimmig politiek klimaat? En waren de Magische Magyaren eigenlijk wel zo goed als men dacht? Vragen waarop een antwoord werd gegeven op donderdagavond 14 oktober 2010, ruim een halve eeuw na de ontmanteling van het ‘Gouden Team’.

László Marácz, universitair docent Oost-Europese studies en Sandor Popovics, voormalig Hongaars voetballer en trainer, gingen met interessante bijdragen nader in op de achtergronden van het Hongaarse nationale voetbalteam uit de jaren vijftig en het brein van het elftal: de legendarische Ferenç Puskás. Ook werd een koppeling gemaakt met de gespannen politieke situatie in het land.

//DOORBRAAK//
Tim Baas, reporter van het magazine “Most Magyarul!’ schetste in zijn inleiding de definitieve doorbraak van het Hongaarse voetbal. Die doorbraak vond plaats op 25 november 1953 in Engeland. De Engelsen, tot die dag nog ongeslagen op Wembley tegen een ploeg van het ‘vasteland’, werden in de ‘Wedstrijd van de Eeuw’ met maar liefst 3-6 weggezet. De mannen van regisseur Ferenç Puskás namen vanaf de aftrap het initiatief. De Engelsen schoten 5 keer op doel, de Hongaren 35 keer.

Winnen op Wembley, met mooi voetbal. Een verovering in een tijd zonder internet en Studio Sport. Radioverslaggevers en journalisten hadden de nobele taak om het spel van de Hongaren tot in detail te beschrijven. Niet de uitslag, maar de manier waarop er werd gewonnen, trok de meeste aandacht. Het elftal kreeg als bijnaam ‘Magic Magyars’. Puskás werd omgedoopt tot ‘The Galloping Major’. De pers karakteriseerde de wedstrijd als ‘Industrie versus kunst’.

//OPKOMST COMMUNISME//
László Marácz ging vervolgens in op het bijzondere politieke klimaat waarbinnen de successen van het elftal plaats vonden, namelijk de opkomst van het communisme. Na de Tweede Wereldoorlog was Hongarije achter het IJzeren Gordijn beland en stond onder invloed van de Sovjet-Unie met aan het roer Jozef Stalin. Tegen die politieke achtergrond boekte het Hongaarse voetbal grote successen.

De gehele Hongaarse samenleving ging gebukt onder het communistisch regime. Honderdduizenden Hongaren zaten gevangen. Tweeduizend mensen werden geëxecuteerd. Partijleider Rakosi regeerde met ijzeren hand. Pas nadat Imre Nagy in 1953 de leiding over het land had overgenomen keerde de gematigdheid enigszins terug.

//PROFFESIONALS AVANT LA LETTRE//
Het regime hoopte dat door voetbal, een soort emotionele identificatie zou ontstaan met de staat. Het liet in Boedapest een stadion bouwen waar ruim honderdduizend mensen in konden. De voetballers werden vooral gezien als een instrument om de ideologie mee uit te dragen. Tegelijkertijd hadden ze privileges, en werden door László Marácz daarom aangeduid als ‘professionals avant la lettre’.

Toch schepte het communisme ook het klimaat voor de ontwikkeling van topsport. Er werd een nieuwe competitie georganiseerd die zich met name afspeelde in de hoofdstad Boedapest. Onder leiding van de succesvolle bondscoach Gusztav Sebes, werd het Hongaarse voetbal steeds verder geprofessionaliseerd. Zo werd scouting doorgevoerd en trainingscursussen opgezet in het hele land.

//HONGAARSE OPSTAND//
Het volk zag voetbal juist als een manier om aan de dagelijkse politieke dwang te ontsnappen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld kunst, film en literatuur leek voetbal nog een onpartijdige vorm van ontspanning. Het was juist daarom wrang dat de kortstondige val van het communisme, tijdens de Hongaarse opstand van 1956, ook leidde tot de val van het ‘Gouden Team’.

De Hongaarse Opstand was een massale volksopstand die duurde van 23 oktober tot 10 november 1956. De opstand ontstond spontaan en was gericht tegen het stalinistische bewind in Hongarije. Het begon als een vreedzame betoging van enkele duizenden studenten, maar vond snel aansluiting bij anderen. Uiteindelijk werd de opstand bloedig neergeslagen door de Russen.


//HONGAARS VLUCHTELING//
Sandor Popovics moest zijn bijdrage ongewild omvormen tot een improvisatie, maar juist daardoor kreeg de avond een extra dimensie. Popovics werd geboren in 1939 in Hongarije en ontvluchte het land in 1960. Het bracht hem uiteindelijk in Nederland waar hij voetballer werd van o.a. Sparta en trainer was bij onder meer De Graafschap, NEC, Cambuur, Excelsior en Eindhoven.

Als kind zag hij op 23 november 1954 in Boedapest de legendarische wedstrijd Hongarije–Engeland (7-1). Popovics kwam in die periode vier keer uit voor het Hongaars jeugdelftal in wedstrijden tegen Oostenrijk, Zweden, Joegoslavië en Italië. Dit waren ‘voorwedstrijden‘ gespeeld voor vaak meer dan 80.000 toeschouwers, die plaats vonden voordat de Magische Magyaren zelf aantraden.

//VERHALEN OVER PUSKAS//
Sandor Popovics heeft de sterren van toen persoonlijk ontmoet. Het jeugdelftal van Hongarije verbleef vaak in dezelfde hotels als het echte nationale elftal. Hij vertelt over de status van Ferenc Puskas: ‘Hij kon alles maken’. Zo blijkt Puskas ook goed te hebben gesmokkeld. ‘Koffie, verdovende middelen, alles kreeg hij over de grens’.

Ook in zijn latere leven als trainer volgen ontmoetingen met Puskas. Op een oude foto zien we Popovics en Puskas gebroederlijk naast elkaar poseren. En tot slot, om de herinnering aan de 'The Galloping Major’ nog levendiger te maken, begint hij aan een dribbel met een denkbeeldige bal richting het raam. ‘Kijk’, zegt hij: ‘Ik ben Puskas’.

//WERELDKAMPIOEN NOSTALGIE//
De conclusie van Sandor Popovics is somber, maar realistisch. ‘De vroegere vedetten van toen zijn bijna allemaal dood en het Hongaarse voetbal ook’. Het land steunt nog altijd op die ene succesvolle periode meer dan vijftig jaar geleden, de laatste deelname aan het WK-voetbal dateert van 1986. Misschien dat Hongarije zich kan kwalificeren voor het EK van 2012, daarvoor moet het echter eerst twee keer de strijd aan binden met Nederland.

Zelfs de prestaties van de Magische Magyaren worden door Sandor Popovics kritisch beoordeeld. ‘Je moet je afvragen of wij zo goed waren, of de concurrentie zo slecht. De Hongaren die op Wembley wonnen waren staatsamateurs, maar leefden als profs, de Engelsen waren echte amateurs. Het was eigenlijk een oneerlijke strijd. Het is echt zo: wij zijn wereldkampioen nostalgie.’

//ARTIKEL VOETBAL INTERNATIONAL//


//MEER INFORMATIE//

Sprekers
Sandor Popovics - Info
László Marácz- Info

DVD ‘Puskas Hungary’


 












Speelduur: ca. 2 uur
Ondertiteling: Engels
Kosten: € 27.95 (inclusief verzendkosten)
Vermelden: naam
Rekeningnummer: 41 29 94 089
T.a.v: Tordai Consulting te Amsterdam.

//magische magyaren//de gouden jaren van puskas en co//

                      
Donderdag 14 oktober 2010 organiseert Kwestie in samenwerking met Atelier de Werkvloer een thema-avond over het legendarische Hongaarse voetbalelftal uit de jaren vijftig, beter bekend als de 'Magische Magyaren'. Ook wordt aandacht besteed aan de gespannen politieke situatie destijds in Hongarije. Er zullen o.a. bijdragen worden geleverd door László Marácz, universitair docent Oost-Europese studies en Sandor Popovics, voormalig Hongaars voetballer en trainer. Tim Baas, reporter van het magazine Most Magyarul!, zal een inleiding verzorgen.

//PROGRAMMA//
Donderdag 14 oktober 2010, 19.45 uur, Atelier de Werkvloer

19.45 uur Ontvangst
20.00 uur Inleiding op het thema
20.10 uur Opkomst en ondergang van de Magische Magyaren
20.35 uur Magische Magyaren: Ooggetuigenverslag
21.00 uur Vragen en discussie
21.15 uur Afsluiting

//DEELNEMEN//
De toegang bedraagt €5 p.p. Stuur om deel te nemen aan deze thema-avond een e-mail naar info@kwestie.net vóór 9 oktober a.s.

//LOCATIE//
//atelier de werkvloer//brigittenstraat 7, 3512 kj utrecht//

//VOORAF//
‘Magische Magyaren’ was de bijnaam van het meest succesvolle Hongaarse voetbalteam aller tijden. In het begin van de jaren vijftig werd dit elftal alom gezien als het beste ter wereld. In september was het zestig jaar geleden dat de Hongaren Albanië met 12-0 versloegen, deze overwinning wordt nog altijd gezien als het begin van het ‘Gouden Team’. Kwestie duikt in de geschiedenis van de Magische Magyaren en de gespannen politieke situatie destijds in Hongarije.

Brein van het elftal was de legendarische Ferenç Puskás. Één van de beste voetballers aller tijden. Puskás vormde samen met Kocsis en Hidegkuti een fameus binnentrio dat aan de basis stond van vele doelpunten. De meest spectaculaire zege dateert van 25 november 1953: de Engelsen, tot die dag nog ongeslagen op Wembley tegen een ploeg van het ‘vasteland’, werden in de ‘Wedstrijd van de Eeuw’ met maar liefst 3-6 weggezet. Zes maanden later werden de Engelsen in Boedapest met 7-1 weggevaagd.

De Magische Magyaren verloren tussen 1950 en 1956 slechts één wedstrijd: de WK-finale van 1954. Duitsland was hierin met 2-3 te sterk, een duel dat nog altijd bekend staat als ‘Het Wonder van Bern’. Eind 1956 viel het ‘Gouden Team’ definitief uiteen. Russische tanks trokken Boedapest binnen. Veel Hongaarse spelers bevonden zich tijdens de inval met Honved in Spanje. Sterspeler Puskás koos vervolgens voor Real Madrid, waar hij vele successen zou vieren.

woensdag 2 juni 2010

//terugblik//rote armee fraktion//sympathie voor radicalisme//

Sympathie voor radicalisme: Wat zegt het? Wat gaat er achter schuil? Hoe gaan we er mee om? Sympathisanten vormen veelal het sociaal en psychologisch milieu van terroristische organisaties. Het Umfeld is een belangrijke factor in de radicalisatie. Dit bleek woensdag 2 juni 2010, ruim veertig jaar nadat de Rote Armee Fraktion werd opgericht.

Onder leiding van gespreksleider Hanco Jürgens werd nader aandacht besteed aan deze links extremistische terreurbeweging, maar vooral de vraag hoe sympathie voor radicalisme kan ontstaan. In een boeiende bijdrage ging historicus Jacco Pekelder in op de sociale omgeving van de RAF en andere terroristen. Door omstandigheden ging de bijdrage van terrorismedeskundige Edwin Bakker niet door.

//BETEKENIS VAN HET UMFELD//
Jacco Pekelder begon zijn bijdrage met het uiteenzetten van de sociale omgeving van terroristen in schillen. De kern van deze schil bestaat uit de terroristen zelf, de binnenste schil betreft de sociaal en psychologische omgeving (het Umfeld) en de buitenste schil wordt ten slotte gevormd door de samenleving.

Voor terroristen vormt het Umfeld een belangrijke rekruteringsbasis, maar zeker ook een reservoir van rechtvaardigingen voor hun daden en gedachtegoed. Voor de maatschappij is het Umfeld echter een bron van potentieel gevaar, de brug naar radicalisatie. Het is vooral interessant hoe de samenleving hier mee omgaat.

//ROTE ARMEE FRAKTION//
In het vervolg van zijn lezing schetste Jacco Pekelder aan de hand van tijdsbeelden kort de lange geschiedenis van de Rote Armee Fraktion: Ontstaan (1968-1970), Triomf en nederlaag (1970-1972), Solidariteit en wederopstanding (1973-1975), Tweede generatie en Duitse Herfst (1975-1977), Het lange afscheid (1978-1998).

Daarnaast werd kort gerefereerd aan het feit dat de RAF een nadrukkelijk verband met Utrecht heeft. Op de Kroeselaan werd in het najaar van 1977 een brigadier doodgeschoten en een andere ernstig verwond door RAF-lid Knut Folkerts. Folkerts werd later berecht in het oude gerechtsgebouw, gelegen aan de Hamburgerstraat.

//BELEVINGSWERELD//
Jacco Pekelder ging ook nadrukkelijk in op de belevingswereld van een aantal terroristen en sympathisanten. Zo zei de Nederlandse psychiater en RAF-sympathisant Frank van Ree: “Het spijt me dat ik geen handgranaten voor ze zal gooien!”

Oud-terrorist Michael ‘Bommi’ Baumann gaat in zijn boek vooral in op het proces van ‘ontmenselijking’ dat bij veel stadsguerrilla’s ontstaat: “Je loopt op een gegeven moment alleen nog als een revolverman rond. … Een man, die met een blaffer rondloopt, verlegt zijn zwaartepunt naar zijn wapen, waar hij dat draagt..."

//REACTIE OP RADICALISERING//
Tot slot werd door Jacco Pekelder aandacht besteed aan de strenge maatregelen die in Duitsland werden genomen in een poging het radicalisme onder controle te houden. Zo werd het ‘Radikalenerlass’ ingevoerd, zogenaamde ‘Berufsverbote’ die het mogelijk maakten radicalen of sympathisanten te weren in verschillende beroepen.

Ook werd strafrechtverruiming toegepast, advocatenrechten werden ingeperkt. Intellectuele sympathisanten werden vaak aangeduid als ‘schreibtischtäter’. Door de strenge maatregelen werd Duitsland steeds meer bestempeld als een politiestaat, de reacties op radicalisering en terrorisme hadden vaak juist een averechts effect.


//DE RODE JAREN//
De avond werd afgesloten met de documentaire ‘De Rode Jaren’ van filmmaker Leo de Boer. Voorafgaand werd door gespreksleider Hanco Jürgens een kort vraaggesprek gevoerd met Paul Moussault, mede-auteur van het boek ‘Rood Verzetsfront’. Moussault was in het verleden actief voor het Rood Verzetsfront, een radicaal-linkse organisatie die ontstond uit de ‘Rode Jeugd’.

In de documentaire staat de ‘Rode Jeugd’ vervolgens centraal. Een eveneens radicale, linkse en Nederlandse organisatie die optrad in de schaduw van de Rote Armee Fraktion en streed tegen de oorlog in Vietnam en de kapitalistische maatschappij. Ook hier blijkt dat de sociale omgeving een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in de uiteindelijke radicalisatie.


//MEER INFORMATIE//

Boeken
Jacco Pekelder - Sympathie voor de RAF
Paul Moussault - Rood Verzetsfront

Sprekers
Hanco Jürgens - Info
Jacco Pekelder - Info
Edwin Bakker - Info

//rote armee fraktion//sympathie voor radicalisme//

Op woensdag 2 juni 2010 organiseert Kwestie in samenwerking met Atelier de Werkvloer een thema-avond over de Rote Armee Fraktion. Onder leiding van Hanco Jürgens, historicus en verbonden aan het Duitsland Instituut, wordt nader aandacht besteed aan deze links extremistische terreurbeweging én de vraag hoe sympathie voor radicalisme kan ontstaan. Sprekers deze avond zijn: Jacco Pekelder, historicus en auteur van het boek 'Sympathie voor de RAF' en Edwin Bakker, terrorismedeskundige van Instituut Clingendael. De avond wordt afgesloten met de documentaire 'De Rode Jaren'.

//PROGRAMMA//
Woensdag 2 juni 2010, 19.15 uur, Atelier de Werkvloer

19.15 uur Ontvangst
19.30 uur Inleiding op het thema
19.40 uur Sympathie voor de RAF
20.05 uur Radicalen en hun 'Umfeld'
20.30 uur Vragen, discussie
20.50 uur Afsluiting
21.00 uur Documentaire: 'De Rode Jaren'

//DEELNEMEN//
De toegang is gratis. Stuur om deel te nemen aan deze thema-avond een e-mail naar info@kwestie.net vóór zondag 30 mei a.s.

//LOCATIE//
//atelier de werkvloer//brigittenstraat 7, 3512 kj utrecht//
//info@atelierdewerkvloer.nl//http://www.atelierdewerkvloer.nl///

//VOORAF//

Duitsland, de jaren zeventig. De Rote Armee Fraktion (RAF) bedreigt met vele bloedige aanslagen de grondvesten van de jonge Duitse democratie. Op 14 mei was het veertig jaar geleden dat de links extremistische terreurbeweging werd opgericht. Ondanks de terreur kon de RAF in veel links intellectuele kringen op de nodige sympathie rekenen. Met een thema-avond op 2 juni a.s. duikt Kwestie in de geschiedenis van de Rote Armee Fraktion en de vraag hoe sympathie voor radicalisme kan ontstaan.

De oorsprong van de Rote Armee Fraktion lag in de studentenprotesten van de jaren zestig. Protesten voor een eerlijke verdeling tussen arm en rijk; tegen het kapitalisme en het Amerikaanse imperialisme. In Duitsland nog eens exta versterkt doordat een groot gedeelte van de gevestigde orde werd gevormd door een generatie die het nationaal-socialimse actief had gesteund. De ideologie van de Rote Armee Fraktion mondde al snel uit een stadsguerilla, maar vond desondanks aansluiting in Nederland.

De solidariteitsbeweging werd in eerste instantie voornamelijk gevormd vanuit links intellectuele kring, daarbij gevoed vanuit een overeenkomstige ideologie en bezorgdheid van de ontwikkelingen in Duitsland richting een politiestaat. Ook veel Nederlandse media reageerden aanvankelijk met sympathie op de RAF en toonde kritiek op de maatregelen die de Duitse overheid nam in een poging de beweging in haar greep te houden. Deze kritiek verstomde pas na enkele tragische incidenten in Nederland.

woensdag 31 maart 2010

//terugblik//jesse owens//mythe en werkelijkheid//


Was Jesse Owens daadwerkelijk de man die tijdens de Olympische Spelen van 1936 de door de nazi’s geplande demonstratie van Arische suprematie ruw verstoorde? Of was de sportlegende toch vooral het slachtoffer van discriminatie in eigen land? Ons collectieve geheugen biedt ruimte voor nuance. Dit bleek op woensdagavond 31 maart 2010, precies dertig jaar nadat Jesse Owens aan longkanker overleed.

Onder leiding van gespreksleider Marcoen Hopstaken werden mythe en werkelijkheid rondom de sportheld nader belicht. Bijdragen van sporthistoricus Jurryt van de Vooren en Volkskrant-journalist Rolf Bos zorgden voor een ontrafeling van de mythe en een realistisch beeld van de werkelijkheid rond de geschiedenis van James Cleveland Owens, maar ook over sport en politiek in het algemeen.

//HANDEN SCHUDDEN//
Jurryt van de Vooren ontkrachtte vrijwel meteen de meest bekende mythe: de vermeende weigering van Adolf Hitler om de zwarte Jesse Owens de hand te schudden na zijn glorieuze overwinningen. De führer was in eerder stadium namelijk al door het IOC terecht gewezen op het feit dat hij bij het feliciteren van de winnaars niet selectief te werk kon gaan. Hierop besloot de Duitse leider om dan niemand meer te feliciteren, al bestaan er geluiden dat hij alle Duitse winnaars persoonlijk ontving.

//ARISCHE SUPREMATIE//
Ook het Arische feestje werd die zomer niet verstoord. Owens won weliswaar vier gouden medailles in het hol van de leeuw, maar na afloop van de Olympische Spelen bleek dat Nazi-Duitsland fier het medailleklassement aanvoerde. De Duitsers wonnen 33 gouden medailles en 89 plakken in totaal. Hiermee versloegen ze voor het eerst in de geschiedenis de Amerikanen, die er 56 wonnen, waarvan 24 gouden medailles.

//IRONIE//
Jesse Owens zelf koesterde geen negatieve ervaringen tijdens zijn verblijf in het ‘Derde Rijk’, zo stelde Jurryt van de Vooren. Het Duitse publiek was razend enthousiast over zijn prestaties en hij sloot vriendschap met de Duitse verspringer Luz Long, die later tijdens de Tweede Wereldoorlog zou overlijden. De ironie wilde dat Owens in Berlijn meer bewegingsvrijheid kende dan in zijn eigen land.

//SPORT EN POLITIEK//
Jurryt van de Vooren stond verder uitgebreid stil bij allerlei interessante wetenswaardigheden over sport en politiek in het algemeen. Zo blijkt de Olympische groet verdacht veel gelijkenis te vertonen met de gewraakte Hitlergroet, de Olympische Spelen van 1936 niet het eerste sportevenement met politieke lading te zijn en de Olympische vlam voor het eerst in Amsterdam in 1928 te zijn gebruikt.


//SWEET HOME ALABAMA//
Het eigen artikel ‘Sweet Home Alabama’ vormde de rode draad van het verhaal van Rolf Bos. Enkele jaren geleden trok hij naar de Verenigde Staten om de voetsporen van Jesse Owens te volgen. Hij bezocht o.a. het Jesse Owens Memorial Park waar een replica van het huisje van de familie Owens te vinden is, een standbeeld en andere herinneringen aan het leven van de zwarte sportheld.

Jesse Owens groeide op onder erbarmelijke omstandigheden in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het racisme vierde hoogtij in Alabama en het gezin voorzag in het levensonderhoud door zwaar werk op een katoenplantage van een Ierse landeigenaar. Op negenjarige leeftijd verhuisde Jesse Owens met zijn familie naar Cleveland waar hij voor het eerst van zich deed spreken op atletiekgebied.

//SCHORSING//
Owens was pas 23 jaar tijdens zijn momenten van glorie in Berlijn, waar hij zegevierde op de 100 meter, de 200 meter, de 4 keer 100 meter en bij het verspringen. Vreemd genoeg verdween hij daarna uit beeld, vooral omdat hij na de Olympische Spelen weigerde nog langer als amateursporter demonstratiewedsrijden in Europa te lopen. Wedstrijden waarmee de Amerikaanse bond veel geld verdiende. Hij werd geschorst en trad alleen nog aan in merkwaardige evenementen, zoals een wedstrijd tegen een paard.

//ERKENNING//
Ook de toenmalige Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt ontving Owens bij terugkomst in Amerika niet op het Witte Huis. Pas in de nadagen van zijn leven kreeg Jesse Owens de erkenning die hij verdiende, zo stelt Rolf Bos. Hij werd onderscheiden en verdiende zijn geld onder meer als veelgevraagd spreker en radiocommentator.

//INVLOED//
Zijn invloed op de emancipatie van zwarte sporters was echter minimaal. Ook in de strijd tegen het racisme speelde hij geen prominente rol. Pas tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico werd voor de eerste keer een publiek statement gemaakt tegen de discriminatie van zwarten. De zwarte sprinters Tommie Smith en John Carlos brachten op het podium de ‘Black Salute’, uit protest tegen de nog altijd ondergeschikte positie van zwarten in de maatschappij.


//JESSE OWENS RETURNS TO BERLIN//
De avond werd afgesloten met een film uit 1964, ‘Jesse Owens Returns to Berlin’. Deze film van Bud Greenspan kreeg halverwege de jaren zestig maar ternauwernood toegang tot de Amerikaanse bestel, waar rassenrellen en discriminatie indertijd nog aan de orde van de dag waren. In de film keert Owens terug naar het stadion waar hij zijn grootste triomfen vierde.

In de film wordt een helder beeld geschetst van de politieke situatie in 1936. Verder wordt veelvuldig gebruik gemaakt van beelden uit de film ‘Olympia’ van Leni Riefenstahl. Vanuit filmisch oogpunt en in het licht van de tijd is de verslaglegging van Riefenstahl revolutionair. De prestaties van Jesse Owens worden uitgebreid geportretteerd. Daarmee kan ook de mythe worden genuanceerd dat Riefenstahl toch vooral de opdracht had de suprematie van het Arische ras in beeld te brengen.


//MEER INFORMATIE//

Artikelen
Atletiekunie - De mythes rond Jesse Owens ontrafeld
All Track Press - Mythe en werkelijkheid rond Jesse Owens

Sprekers
Jurryt van de Vooren - http://twitter.com/JRRT
Rolf Bos - http://twitter.com/RolfBos

//jesse owens//mythe en werkelijkheid//


Op woensdag 31 maart 2010 organiseert Kwestie in samenwerking met Atelier de Werkvloer een thema-avond over Jesse Owens. Onder leiding van Marcoen Hopstaken worden mythe en werkelijkheid rond de sportheld nader belicht. Sprekers deze avond zijn: Jurryt van de Vooren, sporthistoricus, hij ging in een aantal artikelen o.a. in op de misverstanden en mythes rond Jesse Owens. Rolf Bos, redacteur bij de Volkskrant en het literaire blad ‘42’, hij bezocht o.a. de ‘roots’ van Owens in Alabama. De avond wordt afgesloten met een film uit 1964 van Bud Greenspan: ‘Jesse Owens Returns to Berlin’

//PROGRAMMA//
Woensdag 31 maart 2010, 19.15 uur, Atelier de Werkvloer

19.15 uur Ontvangst
19.30 uur Inleiding op het thema
19.40 uur De mythes rond Jesse Owens
20.10 uur In de voetsporen van Jesse Owens
20.30 uur Vragen, discussie
20.50 uur Afsluiting
21.00 uur Film: ‘Jesse Owens Returns to Berlin’

//DEELNEMEN//
De toegang is gratis. Stuur om deel te nemen aan deze thema-avond een e-mail naar mailto:%20info@kwestie.net vóór woensdag 24 maart a.s.

//LOCATIE//
//atelier de werkvloer//brigittenstraat 7, 3512 kj utrecht//
//mailto:%20info@atelierdewerkvloer.nl//http://www.atelierdewerkvloer.nl///

//VOORAF//
Jesse Owens was de koning van de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Op 31 maart is het dertig jaar geleden dat de legendarische Amerikaanse hardloper en verspringer aan longkanker overleed. Nog altijd spreken de prestaties van de zwarte Owens tot de verbeelding: in het hol van de leeuw, tijdens de hoogtijdagen van het nazistische regime. Een mythe was geboren. Kwestie duikt in de geschiedenis van Jesse Owens met een thema-avond op woensdag 31 maart 2010.

Vastgelegd door de camera’s van cineast Leni Riefenstahl won Owens vier keer goud, die gedenkwaardige zomer in Berlijn. Dit zeer tot ongenoegen van Adolf Hitler, die van de Spelen vooral een demonstratie van blanke suprematie wilde maken. Toch werd niet alleen het Duitse feestje verstoord. De ironie wilde namelijk dat Owens tijdens zijn verblijf in nazi-Duitsland meer bewegingsvrijheid kende dan in de Verenigde Staten, waar de zwarte bevolking indertijd openlijk werd gediscrimineerd.

Onlangs waarde de geest van Jesse Owens opnieuw nadrukkelijk rond in het Olympiastadion in Berlijn, het decor waar vorige zomer de wereldkampioenschappen atletiek werden georganiseerd. Tijdens het evenement werd de zwarte atleet postuum geëerd door de atletiek-wereld. De huidige generatie Amerikaanse topatleten droegen de initialen ‘JO’ op het shirt. Passende gebaren uit eerbied voor een van de grootste sporters uit de 20e eeuw.